Het centrum van Kring Drente II
Binnen Kring Drente II nam de gemeente Emmen een bijzondere positie in. Emmen was het centrum van de kring en vanuit de gemeente werd een groot deel van de organisatie in Zuidoost-Drenthe gecoördineerd.
De omvang van de gemeente bracht met zich mee dat de Bescherming Bevolking hier aanzienlijk uitgebreider was georganiseerd dan in de kleinere gemeenten. In Emmen-stad waren aanvankelijk veertien blokploegen actief. Daarnaast waren er in verschillende dorpen en buurtschappen binnen de gemeente eigen B.B.-organisaties.
De organisatie moest ervoor zorgen dat niet alleen het centrum van Emmen, maar ook de omliggende dorpen voorbereid was op een mogelijke oorlog, bombardementen of een grote ramp.
Tot die plaatsen behoorden:
Nieuw-Weerdinge, Roswinkel, Emmer-Compascuum, Emmer-Erfscheidenveen, Barger-Compascuum, Zwartemeer, Klazienaveen, Erica, Nieuw-Amsterdam, Nieuw-Dordrecht, Barger-Oosterveld en Zuidbarge.
Daarmee was de B.B. diep doorgedrongen in de gemeente. De organisatie bestond niet alleen uit een centrale leiding, maar strekte zich uit tot in de woonwijken en dorpen.
De leiding van de kring
Boven de plaatselijke organisatie stond de leiding van Kring Drente II.
Het kringhoofd was J.H. Hoge. Hij was de belangrijkste operationele figuur binnen de kring en hield zich bezig met een groot aantal onderdelen van de organisatie. Hij was betrokken bij voorlichtingsbijeenkomsten, opleidingen, reddingsploegen, wedstrijden en oefeningen en bij de organisatie van de blokploegen.
Ook de latere ontwikkeling van de B.B. richting de ABC-dienst behoorde tot de veranderingen waarmee hij te maken kreeg.
Hoge stond daarbij niet alleen. Zijn plaatsvervanger was J. de Groot. De Groot trad onder meer op bij voorlichting over de veranderende dreiging van de atoombom. In Coevorden besprak hij aan de hand van kaarten een fictieve raketaanval op Emmen.
Daarmee werd zichtbaar hoe belangrijk Emmen binnen de regionale organisatie was. Een denkbeeldige aanval op de stad werd gebruikt om duidelijk te maken wat een moderne oorlog voor de bevolking zou kunnen betekenen.
De bestuurlijke leiding
De B.B. stond niet los van het gemeentelijk bestuur.
Binnen Kring Drente II was de Kringraad het hoogste bestuurlijke orgaan. Deze bestond uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
Voorzitter van de Kringraad was mr. K.H. Gaarlandt, burgemeester van Emmen.
Daarmee kwamen in Emmen twee belangrijke functies samen. De stad was het centrum van de kring en haar burgemeester stond aan het hoofd van het bestuurlijke orgaan dat de gemeenten binnen de kring vertegenwoordigde.
De dagelijkse en operationele uitvoering lag vervolgens bij de professionele B.B.-organisatie.
Ir. C. Meima – plaatselijk hoofd B.B. Emmen
De plaatselijke B.B.-organisatie van Emmen stond onder leiding van ir. C. Meima.
Als plaatselijk hoofd B.B. was hij verantwoordelijk voor de organisatie binnen de gemeente.
Dat betekende dat onder zijn verantwoordelijkheid niet alleen de B.B. in Emmen-stad viel, maar ook de organisaties in de verschillende dorpen.
De omvang van die taak was aanzienlijk.
In Emmen-stad waren aanvankelijk veertien blokploegen georganiseerd. Daarnaast moest de B.B. functioneren in een groot aantal verspreid liggende plaatsen binnen de gemeente.
Veertien blokploegen in Emmen-stad
De blokploeg vormde een van de belangrijkste onderdelen van de plaatselijke B.B.
Een blok besloeg ongeveer duizend inwoners. Binnen zo’n blok moest een kleine groep mensen beschikbaar zijn die in geval van nood direct in actie kon komen.
Een blokploeg bestond uit verschillende functies, waaronder een blokhoofd, een plaatsvervangend blokhoofd, E.H.B.O.’ers, brandbestrijders, redders en ordonnansen.
Het systeem was gebaseerd op een eenvoudig uitgangspunt:
de eerste hulp moest zo dicht mogelijk bij de bevolking aanwezig zijn.
Wanneer een ramp zich zou voordoen, kon niet worden verwacht dat alle hulp vanuit het centrum van Emmen of vanuit andere plaatsen zou komen. De eigen wijk of het eigen dorp moest in eerste instantie zichzelf kunnen redden en organiseren.
De dorpen van de gemeente
De B.B.-organisatie beperkte zich daarom niet tot Emmen-stad.
Ook in de dorpen binnen de gemeente waren organisaties opgebouwd.
Nieuw-Weerdinge
Nieuw-Weerdinge maakte deel uit van het netwerk van plaatselijke B.B.-organisaties binnen de gemeente Emmen.
Roswinkel
Ook Roswinkel beschikte over een eigen plaatselijke B.B.-organisatie.
Emmer-Compascuum
Emmer-Compascuum was eveneens onderdeel van de gemeentelijke B.B.-organisatie. Vanuit deze plaats kennen we bovendien dr. Crucq, die leiding gaf aan een mobiel geneeskundig team.
Emmer-Erfscheidenveen
Ook hier was de B.B. vertegenwoordigd.
Barger-Compascuum
Barger-Compascuum behoorde eveneens tot de plaatsen waar een plaatselijke B.B.-organisatie aanwezig was.
Zwartemeer
Ook Zwartemeer was opgenomen in de gemeentelijke organisatie.
Klazienaveen
Klazienaveen vormde een belangrijke plaats binnen het netwerk van de gemeente Emmen.
Ook hier was een eigen B.B.-organisatie aanwezig. Daarmee laat Klazienaveen zien dat de voorbereiding op een mogelijke ramp niet alleen een aangelegenheid van Emmen-stad was.
Erica
Ook Erica beschikte over een plaatselijke B.B.-organisatie.
Nieuw-Amsterdam en Veenoord
Voor Nieuw-Amsterdam is een bijzondere organisatorische situatie bekend.
De B.B.-organisatie vermeldde:
„Veenoord is bij Nw.-Amsterdam ingedeeld.”
Veenoord viel voor de B.B. dus organisatorisch onder Nieuw-Amsterdam.
Nieuw-Amsterdam beschikte over meerdere blokploegen. In oktober 1958 werd het oefenprogramma van het dorp afgesloten met de oefening van blokploeg 2. De plaatselijke leiding was in handen van J.L. Koster.
De betreffende blokploeg bestreek de oostzijde van de Zijtak en ook Zandpol.
Nieuw-Amsterdam laat daarmee goed zien hoe de algemene B.B.-organisatie uiteindelijk tot op dorpsniveau werd vertaald.
Nieuw-Dordrecht
Ook Nieuw-Dordrecht was opgenomen in de gemeentelijke B.B.-organisatie.
Barger-Oosterveld
Barger-Oosterveld levert een concreet voorbeeld van de manier waarop de blokploegen werden getraind.
De plaatselijke ploeg stond onder leiding van J. Tobben.
Zijn ploeg behaalde tijdens een EHBO-wedstrijd 168 punten.
Een dergelijk resultaat laat zien dat de B.B. niet uitsluitend op papier bestond. Er werd daadwerkelijk geoefend en gestreden om vaardigheden als eerste hulp zo goed mogelijk onder de knie te krijgen.
Zuidbarge
Ook Zuidbarge maakte deel uit van het netwerk van plaatselijke B.B.-organisaties binnen de gemeente Emmen.
De reddingsdienst
Naast de blokploegen beschikte Kring Drente II over een gespecialiseerde opruimings- en reddingsdienst.
De kring beschikte over zeven opruimings- en reddingsploegen:
- vier in Emmen;
- twee in Coevorden;
- één in Borger.
De reddingsdienst stond onder leiding van P. Loopstra, hoofdinspecteur van de Reddingsdienst.
Binnen Emmen waren onder anderen A. Broekhuizen en L. van Ess actief.
Van Ess was niet alleen leider van een reddingsploeg in Emmen, maar was ook betrokken als instructeur.
De aanwezigheid van vier reddingsploegen in Emmen onderstreept opnieuw de centrale positie van de gemeente binnen Kring Drente II.
De geneeskundige dienst
Een ramp betekende natuurlijk niet alleen vernieling en brand. Er zouden ook grote aantallen gewonden kunnen vallen.
Daarom vormde de geneeskundige dienst een belangrijk onderdeel van de B.B.
Een belangrijke naam binnen deze organisatie was dr. Crucq uit Emmer-Compascuum. Hij gaf leiding aan een mobiel geneeskundig team.
Tijdens een grote oefening in Emmen werd een complete medische keten nagebootst:
gewondennesten → verzamelplaats gewonden → selectie en behandeling → ziekenhuis.
Daarmee probeerde de B.B. een situatie zo realistisch mogelijk na te bootsen.
Het ging dus niet alleen om het redden van mensen uit puin, maar ook om wat daarna moest gebeuren.
De brandweer
Ook de brandweer vormde een belangrijk onderdeel van de regionale organisatie.
De regionale brandweer stond onder leiding van R. Berends, commandant van de regionale brandweer in Emmen.
Brandbestrijding was een van de klassieke taken van de B.B. Bij oorlog of een grote ramp was het risico op grote branden immers aanzienlijk.
De brandweer moest daarom samenwerken met de reddingsdienst, geneeskundige dienst, politie en verbindingsdienst.
Oefenen, oefenen en nog eens oefenen
Een organisatie als de B.B. kon alleen functioneren wanneer de mensen hun taken kenden.
Daarom werd er voortdurend geoefend.
Er waren oefeningen en wedstrijden waarbij de deelnemers werden getest op onder meer:
- E.H.B.O.;
- reddingswerk;
- meldingen;
- brandbestrijding.
De wedstrijden hadden niet alleen een wedstrijdelement. Ze waren ook een manier om te controleren of vrijwilligers hun taken daadwerkelijk beheersten.
Dat was belangrijk, want op papier kon een blokploeg volledig zijn samengesteld, maar in een echte noodsituatie moest iedereen weten wat hij moest doen.
Het grote probleem: vrijwilligers
Daar lag uiteindelijk een van de grootste zwakke plekken van de B.B.
De organisatie van Kring Drente II was omvangrijk. Er waren uiteindelijk 95 blokploegen gepland voor een gebied met ongeveer 115.000 inwoners.
Maar voldoende mensen vinden bleek moeilijk.
Bij een grote oefening rond 1960 stelde kringhoofd Hoge vast dat slechts ongeveer dertig procent van het benodigde aantal vrijwilligers beschikbaar was.
Dat gegeven zegt veel over de werkelijkheid achter de organisatie.
Er was een indrukwekkend systeem opgebouwd met commandoposten, diensten, materiaal en oefeningen.
Maar zonder mensen kon dat systeem niet functioneren.
Een nieuwe dreiging
Aan het einde van de jaren vijftig veranderde bovendien het karakter van de dreiging.
De B.B. was aanvankelijk vooral gericht op:
brand – puin – redding – E.H.B.O. – evacuatie.
Maar de Koude Oorlog bracht een nieuw en veel angstaanjagender scenario.
De atoombom.
Rond 1959 en 1960 werd de organisatie aangepast aan de mogelijkheid van een nucleaire oorlog.
Er moest rekening worden gehouden met:
- radioactieve besmetting;
- biologische oorlogvoering;
- chemische oorlogvoering.
Daarvoor kwam de ABC-dienst:
A – Atomair
B – Biologisch
C – Chemisch
Ook de organisatie in Emmen en de omliggende dorpen kreeg daardoor met een nieuwe werkelijkheid te maken.
De vraag veranderde van:
Wat doen we wanneer een gebouw instort?
naar:
Hoe functioneren we wanneer een hele stad door een nucleaire aanval wordt getroffen?
Emmen als hart van de regionale organisatie
Wanneer alle onderdelen bij elkaar worden gebracht, wordt duidelijk waarom Emmen zo’n belangrijke plaats innam.
Hier bevond zich het kringcentrum.
Hier zat het plaatselijk hoofd.
Hier waren veertien blokploegen actief.
Hier waren vier van de zeven regionale reddingsploegen gevestigd.
Vanuit Emmen werd de organisatie verbonden met de vele dorpen binnen de gemeente.
En vanuit de kringorganisatie werd vervolgens het grotere gebied van Zuidoost-Drenthe aangestuurd.
Achter die organisatie stonden mensen als J.H. Hoge, J. de Groot, mr. K.H. Gaarlandt, ir. C. Meima, R. Berends, P. Loopstra, A. Broekhuizen, L. van Ess en dr. Crucq.
Zij vormden samen met honderden vrijwilligers een organisatie die in omvang en opzet veel groter was dan men zich tegenwoordig realiseert.
De B.B. was geen leger.
Maar zij bereidde zich wel voor op de gevolgen van een oorlog.
En in Emmen kwam die voorbereiding in Zuidoost-Drenthe samen.