In 1949 verspreidde de Koude Oorlog zich verder buiten Europa, toen in China de communisten onder leiding van Mao Zedong de macht grepen en de Volksrepubliek China werd uitgeroepen. De wereld raakte hierdoor nog meer verdeeld, en de angst voor een wereldwijde uitbreiding van het communisme groeide.

Die angst werd versterkt toen de Sovjet-Unie kort daarvoor haar eerste kernproef uitvoerde. De Verenigde Staten reageerden met de ontwikkeling van een nog krachtiger wapen: de waterstofbom, die begin jaren vijftig werd getest. Niet veel later volgde ook de Sovjet-Unie met haar eigen versie. Zo ontstond een gevaarlijke wapenwedloop.

In 1950 brak er een nieuwe oorlog uit in Azië. Noord-Korea, dat communistisch was, viel Zuid-Korea binnen, dat gesteund werd door de Verenigde Staten. De angst groeide dat dit het begin was van een groter wereldconflict tussen Oost en West.

In de Verenigde Staten zelf heerste ondertussen grote spanning. Senator Joseph McCarthy begon een felle jacht op vermeende communisten, wat leidde tot wantrouwen en angst in de samenleving. Mensen werden beschuldigd zonder sterk bewijs, en sommigen kregen zware straffen, zoals het echtpaar Rosenberg dat in 1953 werd geëxecuteerd wegens spionage.

De Koreaanse Oorlog eindigde in 1953 met een wapenstilstand, maar er kwam geen echte vrede. Noord- en Zuid-Korea bleven verdeeld, en technisch gezien zijn ze tot op vandaag nog steeds in oorlog.

Deze fase liet zien dat de Koude Oorlog zich niet langer beperkte tot Europa, maar een wereldwijd conflict werd met nieuwe fronten in Azië en een steeds gevaarlijkere wapenwedloop.

Naar fase 3