Fase 6
Aan het einde van de jaren 1970 werd steeds duidelijker dat de Sovjet-Unie in grote economische problemen verkeerde. De economie groeide nauwelijks, de productie was inefficiënt en de levensstandaard bleef laag. Het communistische systeem begon te verzwakken.
In de jaren 1980 liep de spanning opnieuw op toen Ronald Reagan president van de Verenigde Staten werd. Hij nam een harde houding aan tegenover de Sovjet-Unie, die bezig was met het plaatsen van nieuwe raketten. De Verenigde Staten reageerden met de plaatsing van eigen kernwapens in Europa, wat in veel landen leidde tot grote protesten van de vredesbeweging.
Toch kwam er midden jaren 1980 een grote verandering toen Michail Gorbatsjov aan de macht kwam in de Sovjet-Unie. Hij voerde hervormingen door die bekend werden als glasnost (meer openheid) en perestrojka (economische veranderingen). Ook probeerde hij de wapenwedloop te stoppen en beter samen te werken met het Westen.
Deze nieuwe koers leidde tot een snelle verandering in Europa. In 1989 viel de Berlijnse Muur, het symbool van de Koude Oorlog. Daarna stortten in korte tijd veel communistische regimes in Oost-Europa in. Mensen kregen meer vrijheid en er kwamen democratische verkiezingen, zoals in Polen.
In 1990 werden Oost- en West-Duitsland weer één land. Kort daarna, in 1991, viel de Sovjet-Unie definitief uiteen in verschillende onafhankelijke staten. Daarmee kwam officieel een einde aan de Koude Oorlog.
De wereldorde veranderde hierdoor ingrijpend: de Verenigde Staten bleven als enige supermacht over, terwijl veel landen begonnen aan een nieuwe politieke en economische toekomst.