De BB in de gemeente Coevorden
Een gemeente met een regionale sleutelpositie
Binnen Kring Drente II nam Coevorden een bijzondere plaats in. De stad was niet alleen verantwoordelijk voor haar eigen bevolking, maar kreeg binnen de Bescherming Bevolking ook een belangrijke regionale functie.
Die positie hing vooral samen met de aanwezigheid van een regionale commandopost.
Vanuit Coevorden moest bij een ernstige ramp of oorlogssituatie niet alleen de eigen gemeente worden aangestuurd. De commandopost was bedoeld voor een groter gebied:
Coevorden – Schoonebeek – Dalen – Oosterhesselen – Zweeloo.
Daarmee werd Coevorden een belangrijk bestuurlijk en operationeel punt binnen het zuidelijke deel van Kring Drente II.
De gemeentelijke leiding
Aan het hoofd van de gemeente stond jhr. mr. A. Feith, burgemeester van Coevorden.
Als hoogste burgerlijke gezag in de gemeente had hij ook binnen de B.B.-organisatie een belangrijke positie.
Bij de gemeentelijke organisatie was bovendien J.B. Hemel, loco-burgemeester, betrokken. Hij trad namens het gemeentebestuur op bij bijeenkomsten met de leiding van de B.B.
De B.B. was immers geen zelfstandige militaire organisatie. Zij viel onder het burgerlijk bestuur en moest juist zorgen voor bescherming en hulp aan de bevolking.
A. Wagenaar – plaatselijk hoofd B.B.
De dagelijkse plaatselijke leiding van de B.B. lag bij A. Wagenaar.
Hij was het plaatselijk hoofd B.B. (PHBB) van Coevorden.
Daarmee was hij de belangrijkste plaatselijke B.B.-functionaris en vormde hij een belangrijke schakel tussen de gemeentelijke organisatie en de regionale kringorganisatie.
Naast Wagenaar speelde P. Jousma een belangrijke rol.
Hij was plaatselijk leider en plaatsvervangend PHBB. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat Jousma in de dagelijkse praktijk zeer actief was.
Hij:
- leidde bijeenkomsten van blokhoofden;
- besprak oefenprogramma’s;
- organiseerde werving;
- sprak tijdens contactavonden;
- fungeerde als aanspreekpunt voor vrijwilligers.
In een later stadium werd Jousma rechtstreeks aangeduid als PHBB.
J. Somer – de man achter de organisatie
Een andere belangrijke naam binnen de Coevorder organisatie was J. Somer, secretaris van de B.B.
Zijn werk speelde zich misschien minder op de voorgrond af, maar zijn bijdrage was belangrijk voor de totstandkoming van de organisatie.
Burgemeester Feith sprak zijn waardering uit voor Somers grote aandeel in de totstandkoming van de Coevorder commandopost.
Daarmee komen drie belangrijke functies samen:
A. Wagenaar – plaatselijk hoofd B.B.
P. Jousma – plaatselijk leider / plaatsvervangend hoofd
J. Somer – secretaris
Samen vormden zij een belangrijk deel van de plaatselijke organisatie.
De regionale commandopost
Het meest bijzondere onderdeel van de Coevorder B.B. was de regionale commandopost.
Deze post was niet uitsluitend bedoeld voor Coevorden. Zij moest functioneren voor vijf gemeenten:
Coevorden, Schoonebeek, Dalen, Oosterhesselen en Zweeloo.
In geval van een grote ramp zouden hier de verschillende diensten samenkomen.
De commandopost beschikte over verschillende ruimten:
- een bureau voor het plaatselijk hoofd;
- een bureau voor de Verbindingsdienst;
- een commandokamer;
- een telefooncentrale;
- een ruimte voor telefonistes;
- een kamer voor ordonnansen.
De commandokamer vormde het hart van de post.
Daar zouden de hoofden van de verschillende diensten gezamenlijk de situatie beoordelen en beslissingen nemen.
Verbinding met Emmen en Assen
Een dergelijke commandopost had alleen zin wanneer zij goed kon communiceren met de andere onderdelen van de B.B.
Daarom waren er rechtstreekse telefoonverbindingen met het kringcommando en het provinciale commando in Assen.
De communicatielijn liep daarmee van:
regionale commandopost Coevorden
naar het:
kringcommando
en vervolgens naar:
Provinciaal Commando B.B. Assen.
In een crisissituatie was communicatie van levensbelang. Meldingen moesten binnenkomen, opdrachten moesten worden doorgegeven en de verschillende diensten moesten hun werkzaamheden op elkaar kunnen afstemmen.
Het B.B.-centrum aan de Krimweg
Coevorden kreeg later bovendien een tweede belangrijke B.B.-voorziening.
In het voormalige E.D.S.-station aan de Krimweg werd een B.B.-centrum ingericht.
Dit centrum had een andere functie dan de commandopost.
Hier werden ondergebracht:
- materiaal van de Opruimings- en Reddingsdienst;
- materiaal van de Geneeskundige Dienst;
- een oefenruimte;
- een instructielokaal.
Het centrum was daarmee vooral gericht op opleiding, oefening en opslag.
De commandopost was het hoofdkwartier voor communicatie en besluitvorming.
Het B.B.-centrum was juist de plaats waar mensen konden worden opgeleid en waar materiaal beschikbaar was.
Samen vormden deze voorzieningen een belangrijk onderdeel van de Coevorder organisatie.
De blokploegen
Ook Coevorden was opgedeeld in blokken.
De bebouwde kom werd georganiseerd in blokken van ongeveer duizend inwoners.
Binnen ieder blok moest een blokploeg beschikbaar zijn.
Een dergelijke ploeg bestond uit verschillende functies:
- blokhoofd;
- plaatsvervangend blokhoofd;
- E.H.B.O.’ers;
- brandbestrijders;
- redders;
- ordonnansen.
De gedachte daarachter was eenvoudig.
Bij een grote ramp moest de hulpverlening niet eerst vanuit een andere plaats op gang komen. De mensen in de eigen omgeving moesten als eerste kunnen optreden.
De Coevorder blokhoofden
Van verschillende Coevorder blokploegen zijn de namen van de leidinggevenden bekend.
In Tuindorp was H.W. Brans blokhoofd. Zijn plaatsvervanger was B. Schuur.
In Binnenvree was H.J. Bennink blokhoofd.
In de Binnenstad was H.G. Spijkman blokhoofd en W. Kuiper plaatsvervangend blokhoofd.
Deze namen geven de B.B. een gezicht.
Het waren niet alleen bestuurders en functionarissen die de organisatie vormgaven. Ook op straatniveau waren mensen verantwoordelijk voor de voorbereiding van hun eigen woonomgeving.
Oefenen als voorbereiding
De blokploegen moesten hun taken niet alleen kennen, maar ook kunnen uitvoeren.
Daarom werden oefeningen en wedstrijden georganiseerd.
De deelnemers werden onder meer getest op:
- E.H.B.O.;
- reddingswerk;
- meldingen;
- brandbestrijding.
De Coevorder ploegen namen deel aan regionale wedstrijden.
Een bijzonder resultaat werd behaald door de ploeg van Tuindorp, die in de finale een derde plaats behaalde.
Dat lijkt misschien een wedstrijdresultaat uit een andere tijd, maar achter die wedstrijden zat een serieuze gedachte.
De B.B. wilde weten of de vrijwilligers onder druk daadwerkelijk konden handelen.
Oefenen in een nagebootste ramp
De oefeningen konden behoorlijk realistisch worden opgezet.
Achter de Weberfabriek werd bijvoorbeeld een speciaal oefendorp gebouwd.
Ook achter café Wehkamp aan de Looweg werd geoefend.
Daarmee konden situaties worden nagebootst die in werkelijkheid zouden kunnen ontstaan na een bombardement of grote ramp.
Gebouwen, puin, gewonden en reddingswerk vormden onderdelen van een werkelijkheid die de deelnemers in de praktijk moesten leren beheersen.
De opruimings- en reddingsdienst
Naast de plaatselijke blokploegen beschikte Coevorden over een eigen gespecialiseerde opruimings- en reddingsdienst.
Kring Drente II beschikte over zeven opruimings- en reddingsploegen:
vier in Emmen, twee in Coevorden en één in Borger.
Coevorden had daarmee een relatief sterke positie binnen de regionale reddingsorganisatie.
De Coevorder dienst stond onder leiding van K. van de Veen, commandant van de Coevorder Opruimings- en Reddingsdienst.
Daarnaast komen M.N. Kok/Koker en A. van de Veen naar voren als leidinggevenden van Coevorder reddingsploegen.
Bij M.N. Kok/Koker is voorzichtigheid geboden. In het beschikbare materiaal worden zowel de naam Kok als Koker gebruikt. Daarom is het verstandig deze schrijfwijze voorlopig niet definitief gelijk te stellen.
De geneeskundige dienst
Een grote ramp zou niet alleen slachtoffers onder het puin veroorzaken. Er zouden ook grote aantallen gewonden kunnen zijn.
Daarom was de geneeskundige dienst een belangrijk onderdeel van de B.B.
In de kring waren mobiele geneeskundige teams beschikbaar.
Een van de bekende functionarissen was dr. Crucq, leider van een mobiel geneeskundig team uit Emmer-Compascuum.
Tijdens een grote oefening in Emmen werd een volledige medische keten nagebootst:
gewondennesten → verzamelplaats gewonden → selectie en behandeling → ziekenhuis.
Ook voor Coevorden betekende dit dat de plaatselijke organisatie niet los stond van de regionale medische hulpverlening.
De Coevorder organisatie binnen Kring Drente II
Coevorden stond daarmee stevig verankerd in de regionale structuur.
Boven de plaatselijke organisatie stond het kringcommando onder leiding van J.H. Hoge.
Zijn plaatsvervanger was J. de Groot.
Hoge was als kringhoofd verantwoordelijk voor een groot deel van de ontwikkeling van de B.B. in Zuidoost-Drenthe. Hij was betrokken bij opleidingen, oefeningen, reddingsploegen, wedstrijden en de organisatie van de blokploegen.
De Coevorder organisatie moest daardoor niet alleen naar de eigen gemeente kijken.
De stad had een regionale verantwoordelijkheid.
Dat werd vooral zichtbaar door de commandopost.
Coevorden als knooppunt
Wanneer de verschillende onderdelen bij elkaar worden gebracht, ontstaat een duidelijk beeld.
Coevorden beschikte over:
- een gemeentelijke B.B.-organisatie;
- een plaatselijk hoofd;
- een plaatselijk leider;
- een secretaris;
- blokploegen;
- een eigen opruimings- en reddingsdienst;
- een B.B.-centrum aan de Krimweg;
- een regionale commandopost;
- verbindingen met het kringcommando en het provinciale commando.
Daarmee was Coevorden veel meer dan één van de negen gemeenten van Kring Drente II.
De stad vormde een regionaal knooppunt voor een groot gebied in het zuiden van de kring.
Van gewone ramp naar atoomdreiging
Ook in Coevorden veranderde het karakter van de B.B. aan het einde van de jaren vijftig.
Aanvankelijk lag de nadruk op brand, puin, redding, E.H.B.O. en evacuatie.
Maar de Koude Oorlog bracht een nieuwe dreiging.
De atoombom.
Plaatsvervangend kringhoofd J. de Groot gaf in Coevorden uitleg over een fictieve aanval met raketwapens op Emmen. Met kaarten werden de mogelijke gevolgen besproken.
Daarmee werd een heel andere werkelijkheid zichtbaar.
De B.B. moest niet langer alleen nadenken over een ingestort gebouw of een grote brand.
Men moest zich voorbereiden op een situatie waarin een groot deel van een stad getroffen kon worden door een nucleaire aanval.
De organisatie moest rekening gaan houden met radioactieve besmetting en met biologische en chemische oorlogvoering.
De ABC-dienst deed haar intrede:
A – Atomair
B – Biologisch
C – Chemisch
Een stad die voorbereid moest zijn
Het verhaal van de B.B. in Coevorden laat zien hoe serieus de overheid de voorbereiding op een mogelijke oorlog nam.
Er werd een commandopost gebouwd.
Er kwam een centrum voor materiaal, opleiding en oefeningen.
Blokploegen werden samengesteld.
Reddingsploegen werden opgeleid.
Er werd geoefend met brand, redding en eerste hulp.
En ondertussen werd de organisatie aangepast aan de nieuwe dreiging van de Koude Oorlog.
Achter al die voorzieningen stonden mensen.
jhr. mr. A. Feith, burgemeester van Coevorden.
J.B. Hemel, loco-burgemeester.
A. Wagenaar, plaatselijk hoofd B.B.
P. Jousma, plaatselijk leider en plaatsvervangend hoofd.
J. Somer, secretaris.
K. van de Veen, commandant van de opruimings- en reddingsdienst.
M.N. Kok/Koker en A. van de Veen, verbonden aan de Coevorder reddingsploegen.
En boven de plaatselijke organisatie:
J.H. Hoge, kringhoofd, en J. de Groot, zijn plaatsvervanger.
Samen met de vele vrijwilligers vormden zij een organisatie die klaar moest staan voor een ramp die iedereen hoopte nooit mee te maken.
Coevorden was er klaar voor.
Althans, dat was de bedoeling.
Want uiteindelijk bleef één vraag boven de hele organisatie hangen:
zouden er in een echte ramp ook genoeg mensen zijn om alles daadwerkelijk uit te voeren?