De Bescherming Bevolking in Zuidoost-Drenthe

Een organisatie voor een oorlog die niemand hoopte mee te maken

Wie vandaag door Zuidoost-Drenthe rijdt, ziet vooral dorpen, woonwijken, bedrijventerreinen en landbouwgebieden. Het is moeilijk voor te stellen dat ditzelfde gebied tijdens de Koude Oorlog onderdeel was van een omvangrijke organisatie die rekening hield met oorlog, bombardementen, grote rampen en uiteindelijk zelfs een mogelijke atoomoorlog.

Die organisatie was de Bescherming Bevolking, kortweg de B.B.

De B.B. was geen militaire organisatie. Zij viel onder het burgerlijk bestuur en had als taak de bevolking te beschermen wanneer zich een ernstige ramp of oorlogssituatie zou voordoen. Daarvoor werd een uitgebreide organisatie opgebouwd met brandweer, reddingsdiensten, geneeskundige teams, politie, verbindingsdiensten en plaatselijke blokploegen.

Zuidoost-Drenthe vormde binnen deze organisatie de Kring Drente II, met Emmen als kringcentrum. De kring omvatte negen gemeenten: Emmen, Coevorden, Schoonebeek, Dalen, Sleen, Zweeloo, Odoorn, Oosterhesselen en Borger. Het gebied telde ongeveer 115.000 inwoners.

De organisatie was zorgvuldig opgebouwd. Bovenaan stond het landelijke en provinciale bestuur. Daaronder bevond zich het kringcommando met het kringhoofd en vervolgens de gemeentelijke organisaties. In de dorpen en wijken waren blokploegen actief.

Een blokploeg was in feite de eerste hulporganisatie die bij een ramp in een woongebied in actie moest komen. De leden moesten kunnen helpen bij brandbestrijding, reddingswerk, eerste hulp, meldingen en het opvangen van de bevolking.

De omvang van de organisatie was indrukwekkend. Voor Kring Drente II waren uiteindelijk 95 blokploegen voorzien. Toch bleek al snel dat een goed uitgewerkte organisatie op papier nog geen garantie was voor voldoende mensen. Vrijwilligers waren moeilijk te vinden. Bij een grote oefening rond 1960 bleek slechts ongeveer dertig procent van het benodigde aantal vrijwilligers beschikbaar.

Daarmee werd een van de grootste problemen van de B.B. zichtbaar: er waren plannen, gebouwen, materiaal en commandoposten, maar uiteindelijk waren het mensen die het verschil moesten maken.

Ook de dreiging veranderde.

Aanvankelijk draaide veel om klassieke rampenbestrijding: brand, instortingen, puinruimen, redden, eerste hulp en evacuatie. Rond 1959 en 1960 kwam daar een nieuwe dreiging nadrukkelijk bij: de atoombom.

De B.B. moest zich daarom voorbereiden op radioactieve besmetting en op biologische en chemische oorlogvoering. De organisatie veranderde en de ABC-dienst deed haar intrede.

De afkorting stond voor:

A – Atomair
B – Biologisch
C – Chemisch

Daarmee werd de Koude Oorlog steeds zichtbaarder in het dagelijks leven.

In dit deel van het verhaal gaan we niet alleen kijken naar de bestuurders en commandanten, maar vooral naar de plaatsen waar de B.B. daadwerkelijk aanwezig was. Want achter de grote organisatie schuilde een netwerk van mensen in steden, dorpen en wijken.

Van Emmen tot Coevorden, van Schoonebeek tot Odoorn en van Dalen tot Nieuw-Amsterdam: overal werd gewerkt aan dezelfde opdracht.

Zorgen dat de bevolking voorbereid was op een ramp waarvan men hoopte dat die nooit zou komen.